omhoogPodiumkunsten

Onder podiumkunsten vallen muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen, daaronder begrepen opera's, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals, cabarets en poppentheater. Ook uitvoeringen van andere kunstenaars zoals komieken, goochelaars en buiksprekers vallen hieronder. Bij het verlenen van toegang tot deze podiumkunsten gaat het om optredens van artiesten waarvoor afzonderlijk toegang wordt verleend. Dit betekent, dat voor de optredens aparte toegangsbewijzen worden verstrekt.
Het volgende valt dus niet het 6%-tarief: het verlenen van toegang tot bijvoorbeeld een discotheek of buitenterrein, waarbij het optreden van de artiest(en) slechts een klein deel is van de tijd die in de discotheek of op het buitenterrein wordt doorgebracht en waarbij voor dat optreden geen afzonderlijke toegangsprijs wordt berekend.

Het verlenen van diensten op het gebied van muziek- en toneeluitvoeringen aan organisatoren van muziek- en toneeluitvoeringen kan niet onder het 6%-tarief worden gerangschikt. Deze diensten zijn namelijk niet aan te merken als het verlenen van toegang tot muziek- en toneeluitvoeringen. Voorbeelden van diensten die hieronder vallen zijn: diensten van beroepsdirigenten, beroepszangers of orkesten die zorgen voor de muzikale begeleiding van een door een operagezelschap georganiseerde opera of diensten van een tweede operagezelschap dat in opdracht van de organisator van de opera optreedt ter completering van de muzikale bezetting.

Evenmin kunnen onder deze post worden gerangschikt de muziek- en toneeluitvoeringen op (basis)scholen. Onder normale omstandigheden is het immers de school die de uitvoering in het kader van het onderwijsprogramma heeft georganiseerd. Voor de aan de school verrichte prestatie is omzetbelasting verschuldigd naar het algemene tarief. Of de leerlingen entree betalen is niet van belang omdat de kosten van het optreden voor rekening van de school komen. Muziekfestivals zijn een samenvoeging van verscheidene muziekuitvoeringen en kunnen als geheel worden aangemerkt als een muziekuitvoering.

Vanaf 1 januari 2002 zijn ook de diensten door de uitvoerende kunstenaar belast met 6% BTW.

Dance-parties zijn evenementen waarbij sprake is van zowel optredens van discjockey's (d.j.'s) als van live-artiesten. Deze parties zijn erop gericht door de vermenging van live-popmuziek en d.j.-optredens muziek te creëren die het publiek aanzet tot dansen. Als de d.j.'s en live-artiesten die op de dance-parties optreden professioneel uitvoerende artiesten zijn, kunnen de dance-parties worden beschouwd als muziekuitvoeringen. Een d.j. is een professioneel uitvoerend artiest als hij voldoet aan de volgende criteria:

Van zijn werk worden opnames gemaakt in een professionele studio en die opnames worden uitgebracht op plaat of cd.
Over het werk van de d.j. en de artistieke kwaliteiten van de d.j. verschijnen artikelen in gerenommeerde vakbladen, die zijn geschreven door collega's of vakgenoten.
Op de organisator van een dance-party rust de bewijslast om aan te tonen dat de aldaar optredende d.j.'s voldoen aan de hiervoor genoemde criteria.

Omdat videojockeys (v.j.'s) bij hun uitvoeringen geen muziek ten gehore brengen, zijn zij geen professionele uitvoerder van een muziekvoorstelling in de zin van de post.

De organisator/zaalhouder berekent vaak reserveringskosten bij de voorverkoop van toegangsbewijzen voor de onder de post vallende podiumkunsten. Deze reserveringskosten kunnen evenals de toegangsprijs onder het 6%-tarief worden ingedeeld. Ook de reserveringskosten die derden/voorverkopers (zoals postkantoren, platenwinkels en VVV-kantoren) aan de afnemer berekenen en aan de zaalhouder/organisator verantwoorden, kunnen onder het 6%-tarief worden gerangschikt. Het 19%-tarief geldt voor de provisie die de derde/voorverkoper afzonderlijk aan de zaalhouder/organisator in rekening brengt voor de verkoop van toegangsbewijzen.

Uitgaande van een voorverkoopprijs van € 28 (inclusief 6% BTW) en een prijs aan de zaal van € 25 (inclusief 6% BTW of € 23,58 exclusief 6% BTW), doen zich in de praktijk de volgende situaties voor:

De voorverkoper verkoopt de toegangsbewijzen namens de organisator en berekent hiervoor aan de organisator bemiddelingsprovisie. De voorverkoper berekent aan de bezoeker € 28 en betaalt dit gehele bedrag als doorlopende post door aan de organisator. De voorverkoper brengt apart € 3 (inclusief BTW) provisie op de factuur in rekening aan de organisator.
Dit betekent:

  1. De organisator is 6/106 van € 28 aan BTW verschuldigd.

  2. De voorverkoper is 19% van € 2,52 (dat is 19/119 van € 3) aan BTW verschuldigd en de organisator trekt dit BTW-bedrag af.

De voorverkoper verkoopt de toegangsbewijzen namens de organisator onder inhouding van een bemiddelingsprovisie. De voorverkoper berekent aan de bezoeker € 28 en betaalt hiervan € 25 als doorlopende post door aan de organisator. De voorverkoper houdt zelf een provisie van € 3.
Dit betekent:

  1. De organisator is 6/106 van € 25 aan BTW verschuldigd.

  2. De voorverkoper is 6/106 van € 3 verschuldigd.

De organisator levert de toegangsbewijzen aan de voorverkoper die de toegangsbewijzen voor eigen rekening doorverkoopt. De organisator brengt aan de voorverkoper € 23,58 (exclusief BTW) of € 25 (inclusief 6% BTW) in rekening. De voorverkoper berekent aan de bezoeker € 28.

Dit betekent:

  1. De organisator is 6% BTW van € 23,58 verschuldigd.

  2. De voorverkoper is 6/106 van € 28 aan BTW verschuldigd en brengt de voorverkoper 6% van € 23,58 in aftrek.

Bij de term 'lezingen' moet met name worden gedacht aan literaire of wetenschappelijke lezingen. Bij literaire of wetenschappelijke lezingen gaat het om lezingen die bijdragen tot het culturele leven. Alleen de dienst, bestaande uit het verlenen van toegang tot vorenbedoelde lezingen valt onder de post.

Het bijwonen van een seminar valt niet onder de post. Weliswaar kan een lezing deel uitmaken van een seminar, maar een seminar biedt meer en heeft eerder het karakter van een (intensieve) cursus, gericht op het bestuderen, bespreken en oplossen van praktische vraagstukken en problemen. De betaling voor seminars heeft dan ook niet het karakter van 'het verlenen van toegang', zoals dat wel het geval is bij de overige in onderdeel d genoemde culturele activiteiten.

Overigens zijn de door of namens publiekrechtelijke lichamen, stichtingen en verenigingen op niet-winstbeogende basis gehouden voordrachten en dergelijke diensten die strekken tot bevordering van wetenschap of algemene ontwikkeling, vrijgesteld.