omhoogUitvoerende kunstenaars

Het verlaagde BTW-tarief geldt sinds 1 januari 2001 voor het verlenen van toegang tot muziek- en toneeluitvoeringen. Daardoor ontstaat rechtsongelijkheid ten opzichte van de uitvoerende kunstenaar/ondernemer die zijn diensten verricht aan scholen, ziekenhuizen, culturele (jeugd)centra, buurthuizen, en dergelijke. Deze hebben namelijk als vrijgestelde ondernemers geen recht op aftrek van de hen in rekening gebrachte BTW. De optredens zijn naar verhouding duurder ten opzichte van de situatie waarin een voorstelling tegen het verlaagde BTW-tarief wordt bijgewoond in een theater, waar het verlaagde BTW-tarief geldt voor 'het verlenen van toegang'.

Vanaf 1 januari 2002 wordt ook het optreden van een uitvoerend kunstenaar onder het verlaagde tarief gebracht. Bij uitvoerende kunstenaars gaat het om die podiumkunstenaars waarvoor bij 'het verlenen van toegang' tot hun optreden sprake is van toepassing van het verlaagde BTW-tarief op grond van Tabel I post b 14, onderdeel 4 (muziek- en toneeluitvoeringen waaronder begrepen opera, dans, pantomime, revue, musical en cabaret, voorstellingen van poppenspelers en poppentheaters). Daarnaast kunnen andere kunstenaars zoals komieken, goochelaars en buiksprekers als een uitvoerend kunstenaar worden aangemerkt. Dit geldt ook voor acteurs die rollenspellen spelen in het kader van cursussen waarbij de acteerprestatie kenmerkend is voor de dienst.

De post is ook van toepassing op uitvoerende kunstenaars die hun diensten door middel van een rechtspersoon verlenen.

Het verlaagde tarief geldt alleen voor optredens. Hieronder zijn te verstaan optredens die middellijk of onmiddellijk door het publiek kunnen worden aangehoord of aanschouwd. Het optreden van musici voor televisie of radio (al dan niet 'live' uitgezonden), het optreden van een acteur in een (reclame)film en het uitvoeren van muziek ten behoeve van het vervaardigen van films vallen ook onder de post.

Geen optreden is het deelnemen van een acteur aan een spelprogramma voor de televisie, de door een pianist verzorgde begeleiding bij ballet- of koorrepetities en het door een acteur presenteren van een televisieprogramma.

De diensten van een regisseur, geluidstechnicus of fotomodel vallen niet onder de post, omdat deze personen niet als uitvoerende kunstenaar zijn aan te merken. De dienst van een dirigent, bestaande in het leiden van repetities, is ook niet als een artistieke prestatie te beschouwen.

Schrijvers en componisten vallen voor hun zodanig verrichte prestaties onder een andere vrijstelling.

Uitvoerende kunstenaars maken vaak gebruik van een bemiddelaar. De prestatie van de bemiddelaar is in beginsel een belaste prestatie. In de praktijk worden echter verschillende contracten inzake het optreden en de uitvoering gesloten. In zo’n geval kunt u meer informatie krijgen bij uw Belastingeenheid.

Goedgekeurd is verder dat de optredens van circusartiesten ook onder deze tabelpost kunnen worden gerangschikt omdat het optreden doorgaans elementen bevat uit de optredens van uitvoerende kunstenaars. Ook aankomende circusartiesten, die bij een circusschool worden opgeleid, kunnen een beroep doen op deze goedkeuring.

Bij onderwijs in circustechnieken (zoals bijvoorbeeld acrobatiek, jongleren, springen, trapeze, draadlopen, eenwielfietsen, clowntechnieken, enz.) mag de onderwijsvrijstelling worden toegepast. Net als voor onderwijs in dans, drama en beeldende vorming, geldt ook voor circusonderwijs dat de vrijstelling alleen van toepassing kan zijn als het onderwijs wordt gegeven aan personen die jonger zijn dan 21 jaar. Wordt dat onderwijs gegeven aan personen van 21 jaar en ouder, dan is het onderwijs belast naar het algemene tarief van 19%.